| Omschrijving | Statie | |
| 1 |
Jezus in doodsangst in de hof van Olijven. 0.Jezus in doodsangst in de Hof der Olijven Omdat de soldaten Jezus zochten, waren Hij en zijn leerlingen de stad uitgelopen. In de Hof van Getsemane vielen de leerlingen in slaap. ‘Kunnen jullie niet wakker blijven”, vroeg Jezus. ‘Waarom vallen jullie in slaap als ik jullie nodig heb?’ Simon Petrus zei, dat hij Jezus nooit in de steek zou laten, maar even later viel ook hij weer in slaap. |
|
| 2 |
Jezus wordt verraden met een kus. 0. Jezus wordt verraden met een kus Jezus wordt op aanwijzing van Judas gevangen genomen. |
|
| 3 |
Jezus wordt veroordeeld en neemt het kruis op zijn schouders. 1. Jezus wordt ter dood veroordeeld Jezus werd naar de hogepriesters gebracht. Ze probeerden een reden te vinden om Jezus te doden, maar hij had nog nooit iemand kwaad gedaan. Ook Pilatus kon niets vinden om Jezus te beschuldigen. “Ik kan hem beter vrijlaten” dacht Pilatus, maar de mensen riepen: “Aan het kruis met hem”. “Goed” zei Pilatus “maar ik wil er verder niets meer mee te maken hebben”. |
|
| 4 |
Jezus valt voor de eerste maal onder het kruis. 2.Jezus neemt het kruis op zijn schouders Soldaten namen Jezus mee en sloegen hem. Ze maakten een kroon van takken met doorns. Ze deden hem een oude mantel om. Hij moest zelf zijn kruis dragen. 3.Jezus valt voor de eerste maal onder het kruis Het kruis dat Jezus met zich meedroeg was erg zwaar. En Jezus was verschrikkelijk moe van alles wat ze met hem gedaan hadden. Hij liep strompelend voort, stootte zich aan een steen en viel toen op de grond. Het kruis viel boven op Hem, dat deed pijn. Het was aan zijn gezicht te zien. |
|
| 5 |
Jezus ontmoet zijn moeder. 4. Jezus ontmoet zijn moeder Langs de weg die Jezus moest lopen, staan veel mensen. Daartussen stond ook zijn moeder Maria. Er ging van alles door haar hoofd. Ze dacht aan zijn geboorte en zijn hele leven zag ze voor haar. Ze voelde zijn pijn en huilde. |
|
| 6 |
Simon van Cyrene helpt Jezus het kruis dragen. 5. Simon van Cyrene helpt Jezus het kruis dragen De soldaten zagen wel dat het kruis te zwaar werd voor Jezus. Zelf wilden ze niet helpen en daarom zochten ze iemand uit de mensen. Ze dwongen Simon van Cyrene het kruis een stuk te dragen. Simon was moe van het werken op het land, maar toen hij Jezus zag kreeg hij medelijden met hem en hielp toch maar. |
|
| 7 |
Veronica droogt het aangezicht van Jezus. 6. Veronica droogt het aangezicht van Jezus af De groep mensen die achter Jezus aanliep werd steeds groter. Sommige mensen scholden op hem, anderen huilden. Zo stond daar ook Veronica. Ze zag Jezus strompelen en kreeg medelijden met Hem. Jezus gezicht was vol bloed en zweet. Veronica droogde het met een doek voorzichtig af. |
|
| 8 |
Jezus valt voor de tweede maal onder het kruis. 7. Jezus valt voor de tweede maal onder het kruis Na een tijd vonden de soldaten dat Jezus zelf zijn kruis maar weer moest dragen. Maar dat ging haast niet meer. En weer valt Jezus onder het kruis. |
|
| 9 |
Jezus valt voor de derde maal onder het kruis en troost de wenende vrouwen. 8. Jezus troost de wenende vrouwen Langs de weg stonden wat vrouwen die in Jeruzalem woonden te huilen. Maar als Jezus langs strompelt, kijkt Hij hen aan. En dan zegt Jezus iets heel merkwaardigs. Hij zegt: “Huil maar niet om mij. Huil maar liever om jezelf en om je kinderen”. 9. Jezus val voor de derde maal onder het kruis En weer valt Jezus! Hij is echt aan het eind van zijn krachten. Hij moet zijn kruis dragen tot ze boven op de Calvarieberg zijn. Daar zullen ze Hem kruisigen. |
|
| 10 |
Jezus wordt van zijn kleren beroofd. 10. Jezus wordt van zijn kleren beroofd Zo kwamen ze eindelijk boven op de Calvarieberg aan, een heuvel die ook Golgotha of schedelplaats genoemd werd. De soldaten trokken Hem zijn kleren uit, die ze verdeelden door er om te dobbelen. Ze gaven Hem een drank die de pijn wat zou verzachten. Het was wijn, vermengd met een bitter kruid. Maar Jezus weigerde. Hij kon niet meer. |
|
| 11 |
Jezus wordt aan het kruis genageld. 11. Jezus wordt aan het kruis genageld Toen sloegen de soldaten Hem aan het kruis. Dat deed verschrikkelijk veel pijn, maar Jezus klaagde niet. Hij bad alleen tot zijn Vader. Hij zei: “Vader, neem het hen niet kwalijk, ze weten niet wat ze doen”. |
|
| 12 |
Jezus sterft aan het kruis. 12. Jezus sterft aan het kruis Toen werd het donker over het land. Het was of de zon ophield met schijnen. Na enkele uren stierf Jezus. Zijn laatste woorden waren: “Vader, in uw handen beveel ik mijn geest”. En: “Het is volbracht”. Toen boog hij het hoofd en stierf. |
|
| 13 |
Jezus wordt van het kruis afgenomen. 13. Jezus wordt van het kruis afgenomen Jozef van Arimathea was een rijk man. Hij was een leerling van Jezus. Hij mocht van Pilatus het lichaam van Jezus begraven in een graf. Met de hulp van een paar anderen haalde hij Hem van het kruis en legde Hem eerst in de armen van zijn diepbedroefde moeder. |
|
| 14 |
Jezus wordt in het graf gelegd. 14. Jezus wordt in het graf gelegd Jozef van Arimathea had een graf. Hij had het in de rotsen laten uithakken. Ze legden Jezus daarin en rolden een steen voor de ingang. “Met Pasen komen we terug om Zijn lichaam te balsemen”, zeiden ze tegen elkaar. |
|
| 15 | Jezus staat uit het graf op en verschijnt aan de vrouwen. |














